Na Limburg erkent ook Brabant mogelijk negatieve effecten bestrijdingsmiddelen voor natuur
[17-mrt-2026] In september 2025 meldden we al dat provincie Limburg heeft erkend dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen nabij Natura 2000-gebieden een overtreding kan zijn, omdat negatieve effecten voor de natuur niet kunnen worden uitgesloten. Bijna een half jaar later komt ook provincie Brabant tot dezelfde conclusie. Er zijn echter ook enkele verschillen. In deze nieuwsbrief geven we een toelichting over de huidige stand van zaken.
Wat er aan vooraf ging
De staat van de natuur, waaronder die in de Peel, is zorgwekkend. Niet alleen bestrijdingsmiddelen, maar ook stikstof en verdroging hebben een negatief effect. WBdP heeft zich van oudsher vooral druk gemaakt om stikstof en verdroging. Maar sinds enkele jaren is het gebruik van bestrijdingsmiddelen rondom de Peel ook een aandachtspunt geworden. Onderdeel daarvan was het bestrijdingsmiddelenonderzoek dat WBdP zelf heeft uitgevoerd in enkele Peelgebieden. De resultaten waren zorgwekkend. Niet alleen werden er tot diep in de Peel pesticiden gevonden; ze komen ook nog eens in hoge concentraties voor. Er zijn zelfs bestrijdingsmiddelen aangetroffen die al lang zijn verboden in Nederland, of zelfs nooit legaal zijn toegelaten.
Daarnaast zien we een intensivering van het grondgebruik rondom de Peelgebieden. Uit eigen analyse blijkt onder andere dat grasland sinds 2009 is afgenomen van 47,6% naar 38,5% en dat die grond is omgezet naar akkerland. Ook werd het gebruik van het akkerland nog intensiever. Het percentage maïs van het areaal akkerland is afgenomen van 73,1% naar 49,1% ten behoeve van teelten die over het algemeen meer water en bestrijdingsmiddelen nodig hebben.
En dat vinden niet alleen wij. Ook bijvoorbeeld Theo Coumans, bestuurder bij de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB), vindt de afname van grasland een slechte ontwikkeling. Hij zegt in een artikel in de Limburger van 8 juli 2024: „Grasland is immers belangrijk voor een gezonde bodem, klimaatadaptatie, het voorkomen van uitspoeling, biodiversiteit, het vasthouden van CO₂, het behalen van de KRW-normen (Kaderrichtlijn Water, red.), versterken van kwetsbare natuur, kringlooplandbouw en het Limburgse landschap. Met het verdwijnen van grasland zie je bijvoorbeeld ook het aantal weidevogels afnemen”.
De toename van teelten waarvoor meer bestrijdingsmiddelen nodig zijn heeft WBdP doen besluiten om ook om handhaving te gaan vragen inzake het gebruik van bestrijdingsmiddelen dichtbij de Peel. De resultaten van ons eigen onderzoek sterken ons in de overtuiging dat dit noodzakelijk is.
Provincie Limburg
Op basis van de handhavingsverzoeken van WBdP heeft Provincie Limburg in september 2025 een nota ontwikkeld waarin men beschrijft hoe men omgaat met handhavingsverzoeken inzake bestrijdingsmiddelen. Kort gezegd wordt daarin beschreven dat als een teler bestrijdingsmiddelen toepast binnen een afstand van 500 meter van de (N2000) Peelgebieden, én het middel door het onderzoek van WBdP is aangetroffen in het natuurgebied, er sprake is van een overtreding. Maar dat wil niet zeggen dat Provincie Limburg de overtreding gaat beëindigen. Als een teler niet eerder een waarschuwing heeft gehad, zal eerst een waarschuwingsbrief worden gestuurd waarbij de teler de tijd krijgt om de overtreding binnen 12 maanden (!) te beëindigen.
WBdP is het daar niet mee eens. Provincie Limburg onderbouwt niet waarom er slechts voor een afstand van 500 meter is gekozen, terwijl meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat bestrijdingsmiddelen zich tot kilometers ver in de omgeving verspreiden. Ook met de beslissing van de provincie dat de teler nog 12 maanden de tijd krijgt om de overtreding te beëindigen, is WBdP het niet eens. De economische belangen van de teler dienen niet boven de belangen van de natuur te gaan, vinden we. En tenslotte zijn we het niet eens met het feit dat een overtreding alleen geldt voor middelen die met het onderzoek van WBdP in de Peel zijn gevonden. Dat is vreemd, omdat dat zou betekenen dat als er geen onderzoek zou zijn gedaan door WBdP, dat er dan ook geen sprake kan zijn van een overtreding. Ook middelen die niet door WBdP zijn gevonden, bijvoorbeeld omdat ze in het jaar van het onderzoek niet zijn toegepast, kunnen slecht zijn voor de natuur.
WBdP heeft dan ook besloten tegen de beslissing van Provincie Limburg bezwaar aan te tekenen.
Provincie Brabant
Eind februari 2026 heeft ook provincie Brabant een beslissing genomen op onze handhavingsverzoeken. Deze beslissing komt deels overeen met de beslissing van provincie Limburg. Ook Brabant stelt dat er sprake is van een overtreding bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen nabij (N2000) Peelgebieden, omdat er voldoende aanwijzingen zijn dat het gebruik van de middelen negatieve effecten kan hebben op de natuur. En daarom geldt er een natuurvergunningsplicht voor het toepassen van bestrijdingsmiddelen. Provincie Brabant stelt dat dit ook het geval is voor een perceel dat op 1000 meter afstand ligt, in tegenstelling tot de 500 meter die Limburg hanteert.
Ook provincie Brabant vindt vooralsnog een waarschuwing voldoende, omdat er nog onzekerheid bestaat over de mogelijke effecten op de Natura 2000-gebieden. Daardoor is het niet zeker dat de mogelijke gevolgen “aanzienlijk en/of onomkeerbaar” zijn, waardoor een waarschuwing in deze fase voldoende is volgens de provincie.
In tegenstelling tot in Limburg, vindt Brabant wel dat er óók sprake van een overtreding is indien bestrijdingsmiddelen door de teler worden toegepast die niet door WBdP in de Peelgebieden zijn gevonden. Brabant stelt in haar waarschuwingsbrief aan de telers heel duidelijk dat het de verantwoordelijkheid van de teler is om aan te tonen dat er door zijn activiteiten geen sprake is van significante effecten op Natura 2000-gebieden. In tegenstelling tot Limburg legt Brabant, zoals het ook hoort, de bewijsplicht bij de teler en niet bij natuurorganisaties zoals WBdP.
Desondanks zal WBdP ook tegen dit besluit bezwaar aantekenen. Zoals in Limburg, zijn we het ook hier niet eens met enkel het versturen van een waarschuwingsbrief. Deze brief geeft de teler een carte blanche om nog 12 maanden op de oude voet verder te gaan. Dat het niet zeker is dat de mogelijke gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen “aanzienlijk en/of onomkeerbaar” zijn, betekent ons inziens niet dat je het risico van de effecten van het gebruik van de middelen bij de natuur neer moet leggen.
Wordt dus vervolgd.