Kritiek is welkom, maar laat de feiten wel spreken

[3-aug-2026] Op 28 juli 2026 publiceerde de Deurnese politieke partij Transparant Deurne een artikel waarin kritiek wordt geuit op de analyse van Werkgroep Behoud de Peel (WBdP) over de ontwikkeling van het grondgebruik rondom Natura 2000-gebied de Groote Peel. Kritiek op onderzoek is gezond. Wetenschappelijke en maatschappelijke discussies worden immers beter wanneer aannames, methoden en conclusies kritisch worden bekeken.

Juist daarom vinden wij het belangrijk om op de kritiek te reageren. Niet omdat er geen verschillende opvattingen mogen bestaan over de toekomst van de Peel, maar omdat de kritiek volgens ons op meerdere punten geen recht doet aan wat in de analyse daadwerkelijk is onderzocht en geconcludeerd.

Wat onderzocht Werkgroep Behoud de Peel?

De onderzoeksvraag van de analyse was helder en beperkt:
Hoe heeft het grondgebruik rondom de Groote Peel zich ontwikkeld tussen 2009 en 2025, en welke verschillen zijn zichtbaar tussen de zone tot 500 meter en de zone tot 2 kilometer van het natuurgebied?

De analyse had dus nadrukkelijk niet als doel om:

  • de oorzaken van deze ontwikkeling vast te stellen;
  • de exacte milieubelasting van ieder perceel te berekenen;
  • een vergelijking te maken met andere regio’s in Nederland.

Het doel was uitsluitend om met behulp van de openbare BRP-gegevens in beeld te brengen hoe het agrarisch grondgebruik rondom de Groote Peel zich heeft ontwikkeld. De gebruikte methode, de gemaakte keuzes én de beperkingen van de dataset zijn uitgebreid beschreven in de notitie.

De hoofdconclusie staat nog steeds overeind

De analyse laat zien dat het agrarisch grondgebruik rondom de Groote Peel tussen 2009 en 2025 duidelijk is geïntensiveerd.

Daarbij vallen twee ontwikkelingen op:

  • het areaal grasland is aanzienlijk afgenomen;
  • het areaal bouwland is sterk toegenomen.

In het meest rechtse deel van bovenstaande tabel is te zien dat de toename van het intensief bouwland in de periode 2009-2025 voor alle drie de zones (0-500 meter, 500-2000 meter en 0-2000 meter) nagenoeg gelijk is, namelijk tussen de 10,58 en 10,72 procentpunt. Als je echter kijkt naar het aandeel totaal bouwland, dan zie je dat die in de periode 2009-2025 binnen de 500 meter zone is toegenomen met 10,27 procentpunt, terwijl dat in de 500-2000 meter zone ‘slechts’ 6,89 procentpunt is.

Grasland is in diezelfde periode met 12,31 procentpunt afgenomen in de 0-500 meter zone, terwijl dat in de 500-2000 meter zone 7,99 procentpunt is. Dus het klopt wat Transparant Deurne stelt dat het aandeel intensief bouwland voor de verschillende zones in ongeveer gelijke mate is toegenomen. Maar dat is niet het hele verhaal. Intensivering is meer dan alleen het aandeel intensief bouwland. Ook het omzetten van grasland naar (extensief) bouwland is een vorm van intensivering.

Opvallend is dat Transparant Deurne de ontwikkeling van intensivering van het grondgebruik rondom de Groote Peel nergens ontkent. De kritiek richt zich vooral op de wijze waarop de resultaten worden geïnterpreteerd of op vragen die het onderzoek nooit heeft willen beantwoorden.

Hieronder gaan wij daarop in.

1. "Eigen cijfers spreken de hoofdconclusie tegen"

Volgens Transparant Deurne spreekt de analyse zichzelf tegen, omdat het aandeel intensief bouwland binnen de eerste 500 meter niet sneller zou zijn gegroeid dan in de zone daarbuiten. Die kritiek berust echter op een onjuiste lezing van onze conclusie.

Werkgroep Behoud de Peel concludeert namelijk niet dat het aandeel intensief bouwland het sterkst is gegroeid binnen de eerste 500 meter. De conclusie luidt dat het grondgebruik in die zone sterker is geïntensiveerd.

Dat is iets wezenlijk anders.

Intensivering van grondgebruik wordt niet alleen bepaald door de groei van intensieve teelten. Ook de omzetting van grasland naar bouwland speelt daarin een belangrijke rol. Kijken we uitsluitend naar de groei van de categorie intensief bouwland, dan zijn de verschillen inderdaad klein. Maar zodra het totale grondgebruik wordt bekeken, ontstaat een ander beeld.

Binnen de eerste 500 meter:

  • neemt het totale aandeel bouwland met ruim tien procentpunt toe;
  • neemt het aandeel grasland met ruim twaalf procentpunt af.

In de zone van 500 tot 2.000 meter zijn beide veranderingen duidelijk kleiner. Dat betekent dat de landbouwstructuur direct rondom de Groote Peel sterker is veranderd dan verder van het natuurgebied.

Transparant Deurne heeft deze cijfers zelf ook berekend voor de buitenste ring van 500 tot 2.000 meter. Opmerkelijk genoeg bevestigen die berekeningen juist dat de verschuiving van grasland naar bouwland binnen de eerste 500 meter sterker is geweest.

Daarmee blijft de hoofdconclusie van de notitie overeind.

2. "Het onderzoek bevat geen referentiegebied"

Een tweede kritiekpunt is dat de analyse geen vergelijking maakt met andere gebieden in Nederland. Dat klopt.

Maar dat was ook nooit de onderzoeksvraag. De analyse beoogde niet te onderzoeken of de ontwikkelingen rondom de Groote Peel afwijken van de rest van Nederland. De analyse wilde uitsluitend vaststellen hoe het grondgebruik rondom de Groote Peel zich tussen 2009 en 2025 heeft ontwikkeld. Daarvoor is geen referentiegebied nodig.

Wie wil onderzoeken waarom deze ontwikkeling plaatsvindt of hoe deze zich verhoudt tot andere regio’s, zal inderdaad aanvullend onderzoek moeten doen. Dat kan waardevol zijn, maar het ontbreken daarvan maakt de huidige analyse niet onjuist.

Sterker nog: ook zonder referentiegebied blijft de geconstateerde ontwikkeling volledig overeind. De analyse laat objectief zien dat rondom de Groote Peel sprake is van minder grasland en meer bouwland dan vijftien jaar geleden.

Overigens staat Werkgroep Behoud de Peel niet alleen in de zorg over deze ontwikkeling. Ook binnen de Gebiedsgerichte Aanpak Vitale Peel is herhaaldelijk gewezen op de verschuiving van melkveehouderij naar intensievere akkerbouw en tuinbouw rondom de Peel. Daarbij wordt gewezen op de mogelijke gevolgen voor watergebruik, bestrijdingsmiddelen en biodiversiteit.

Henk Raaijmakers, voorzitter van Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) Vitale Peel zei in het Eindhovens Dagblad van 23 juli 2024 met als titel Hoe de melkveehouderij verdwijnt rond de Peel: ‘Er komt iets voor terug dat je niet wilt’ :
Gezien de bijdrage van de melkveehouderij aan de stikstofuitstoot lijkt deze krimp voor de natuur in eerste instantie geen verkeerde ontwikkeling. Toch ligt dat anders. Er zijn grote zorgen over, bij zowel boeren als natuur- en milieuclubs. Want wat eigenlijk niemand wil, gebeurt nu toch: het grasland van stoppende melkveehouders in de bufferzones van beschermde natuurgebieden komt in sneltreinvaart in handen van akkerbouwers en tuinbouwers. Met vaak intensieve teelten, die (veel) meer beregening en bestrijdingsmiddelen vragen dan gras. Slecht voor de biodiversiteit dus, en slecht voor het grondwaterpeil. Al jaren hamert alles en iedereen er dan ook op dat de melkveehouders rondom Natura2000-gebieden gekoesterd moeten worden, maar ondertussen wordt hun aantal kleiner en kleiner.

Onze analyse brengt deze ontwikkeling in kaart; zij pretendeert niet alle oorzaken ervan te verklaren.

3. "Een deelonderzoek wordt als totaalbeeld gepresenteerd"

Volgens Transparant Deurne laat het onderzoek een onvolledig beeld zien, omdat de gerealiseerde NNN-gebieden (Natuurnetwerk Nederland) aangrenzend aan de Groote Peel buiten de analyse zijn gehouden. Ook dit is geen omissie, maar een bewuste en in het rapport toegelichte methodologische keuze. Binnen Natura 2000-gebieden en gerealiseerde NNN-gebieden worden BRP-percelen namelijk niet ieder jaar op dezelfde wijze geregistreerd. Daardoor ontstaan grote schommelingen in de geregistreerde oppervlakten die niets zeggen over veranderingen in het agrarisch grondgebruik, maar uitsluitend over verschillen in registratie.

Juist om de cijfers tussen 2009 en 2025 goed vergelijkbaar te houden is ervoor gekozen deze gebieden buiten de analyse te laten. Deze keuze staat expliciet beschreven in het rapport, inclusief de reden daarvoor én de beperking die daarmee samenhangt. Het gevolg is dat de analyse niet laat zien hoeveel landbouwgrond inmiddels is omgevormd tot natuur. Dat wordt nergens verborgen; het rapport vermeldt dit juist uitdrukkelijk.

Het onderzoek richt zich bewust op een andere vraag: hoe ontwikkelt het agrarisch grondgebruik zich op de gronden die agrarisch zijn gebleven?

Dat is een relevante onderzoeksvraag. Juist omdat zij inzicht geeft in de autonome ontwikkeling van het landbouwgebruik, los van de effecten van natuurontwikkeling.

Dat Transparant Deurne liever een bredere analyse had gezien, is een legitieme wens. Maar het maakt de gekozen afbakening niet onjuist. Integendeel: deze is vooraf gemotiveerd, transparant beschreven en noodzakelijk om betrouwbare vergelijkingen tussen de verschillende jaren mogelijk te maken.

4. "Een rechtstreekse omzetting van grasland is niet aangetoond"

Transparant Deurne stelt dat de analyse niet laat zien welke percelen grasland uit 2009 in 2025 bijvoorbeeld aardappel-, bieten-, uien- of bloembollenland zijn geworden. Volgens de politieke partij is daarmee een rechtstreekse omzetting van grasland naar intensievere teelten niet aangetoond.

Ook deze kritiek richt zich op een vraag die het onderzoek niet heeft willen beantwoorden. De analyse van Werkgroep Behoud de Peel is een trendanalyse van het grondgebruik. Er is onderzocht hoe de totale oppervlakte van verschillende typen grondgebruik zich tussen 2009 en 2025 heeft ontwikkeld. Daarvoor is een overgangsanalyse op individueel perceelniveau niet noodzakelijk. Dat neemt niet weg dat een dergelijke analyse interessant kan zijn als vervolgonderzoek. Maar het ontbreken van zo’n analyse doet niets af aan de vastgestelde ontwikkeling dat het areaal grasland is afgenomen en het areaal bouwland is toegenomen.

Overigens heeft Werkgroep Behoud de Peel een overgangsanalyse uitgevoerd voor de aardappelpercelen waarop in 2025 een handhavingsverzoek is gebaseerd. Die analyse laat zien dat een aanzienlijk deel van deze percelen in eerdere jaren werd gebruikt als grasland of voor extensievere teelten, zoals maïs. Die overgangsanalyse bevestigt dat de verschuiving die in de hoofdanalyse zichtbaar wordt, zich ook op perceelniveau voordoet.

Deze overgangsanalyse uit 2025 laat zien dat het perceelgebruik van veel aardappelpercelen (2025) rondom de Groote Peel in het verleden een minder intensief karakter hadden (grasland/maïs)

De hoofdconclusie van het onderzoek was echter nooit afhankelijk van deze analyse. De ontwikkeling van het grondgebruik blijkt al uit de BRP-gegevens zelf.

5. "'Intensief' is een keuze van de onderzoekers"

Transparant Deurne stelt vervolgens dat Werkgroep Behoud de Peel geen gebruik heeft gemaakt van gegevens over de daadwerkelijke milieubelasting van de percelen, zoals het gebruik van bestrijdingsmiddelen, bemesting, grondwateronttrekking of grondbewerking.

Dat klopt.

Maar zulke gegevens zijn eenvoudigweg niet openbaar beschikbaar. Juist daarin schuilt een belangrijk verschil tussen de ideale onderzoekssituatie en de werkelijkheid. De daadwerkelijke spuitgegevens van individuele landbouwpercelen zijn niet openbaar toegankelijk terwijl de rechter wel heeft bevolen de spuitgegevens openbaar te maken. De agrarische sector lobbyt al jaren om die gegeven geheim te houden (https://sterke-erven.nl/artikel/615827-wiersma-in-hoger-beroep-tegen-inzage-spuitgegevens-door-derden/).

Ook structurele gegevens over beregening, wateronttrekking of andere vormen van milieubelasting zijn slechts beperkt beschikbaar. Zie bijvoorbeeld dit artikel van onderzoeksplatform Follow The Money: https://www.ftm.nl/artikelen/droogte-en-waterbeleid

Werkgroep Behoud de Peel heeft daarom gebruikgemaakt van de enige ons bekende landelijke, consistente en openbare dataset waarmee ontwikkelingen van grondgebruik over een periode van zestien jaar betrouwbaar kunnen worden gevolgd: de Basisregistratie Gewaspercelen (BRP).

Binnen die dataset heeft Werkgroep Behoud de Peel de verschillende gewassen ingedeeld in drie categorieën:

  • grasland;
  • extensief bouwland (maïs, granen, groenbemester, vanggewas, en overige akkerbouw               gewassen);
  • intensief bouwland (andere teelten zoals aardappelen, groenten, sierteelt, bieten, uien, etc);
  • overige (landschapselementen, natuurterreinen, etc).

Deze indeling is geen verborgen aanname. Integendeel: zij wordt uitgebreid toegelicht in het rapport, inclusief de beperkingen ervan. Daarbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat de milieudruk van gewassen niet uitsluitend wordt bepaald door de hoeveelheid gebruikte bestrijdingsmiddelen. Ook factoren als toxiciteit, bemesting, grondbewerking en watergebruik spelen een belangrijke rol. Bovendien wordt expliciet vermeld dat bijvoorbeeld maïs weliswaar doorgaans minder bestrijdingsmiddelen gebruikt dan aardappelen (en daarom als een extensievere teelt wordt gezien), maar daarmee nog steeds relevante milieueffecten kan veroorzaken.

De gekozen indeling pretendeert dus niet de exacte milieubelasting van ieder perceel weer te geven. Vanwege de beperkte openbare data is dat eenvoudigweg niet mogelijk. Zij is bedoeld als een praktisch hulpmiddel om veranderingen in het grondgebruik over een lange periode systematisch te kunnen vergelijken. Juist doordat deze keuze openlijk wordt verantwoord, is de analyse controleerbaar en reproduceerbaar. Iedereen kan dezelfde openbare BRP-gegevens gebruiken en – indien gewenst – een andere indeling van gewassen toepassen.

Dat is precies hoe transparant onderzoek hoort te functioneren.

6. "Het verdwenen gras heeft een voorgeschiedenis"

Het laatste kritiekpunt van Transparant Deurne is dat de analyse geen verklaring geeft voor de afname van het grasland.

Dat is juist.

Maar ook dat was geen onderdeel van de onderzoeksvraag. Het onderzoek beschrijft wat er is veranderd, niet waarom die verandering heeft plaatsgevonden. De oorzaken kunnen uiteenlopen. Denk aan bedrijfsbeëindigingen, veranderende marktomstandigheden, grondprijzen, beleid, bedrijfsopvolging, klimaatverandering of wijzigingen binnen de veehouderij. Het vaststellen van de relatieve bijdrage van al deze factoren vraagt een geheel ander type onderzoek.

Transparant Deurne wijst erop dat Werkgroep Behoud de Peel zich al jaren uitspreekt voor een vermindering van de veedruk rondom de Peel. Ook dat is juist.

Maar daaruit volgt niet dat de afname van grasland geen probleem meer zou kunnen zijn. Werkgroep Behoud de Peel heeft zich altijd uitgesproken vóór een integrale ontwikkeling van de bufferzones rondom de Peel: minder stikstofuitstoot, minder gebruik van bestrijdingsmiddelen, minder grondwateronttrekking én meer ruimte voor natuurherstel. Binnen zo’n ontwikkeling blijft ook ruimte bestaan voor extensieve vormen van landbouw en veehouderij.

Juist daarom is de geconstateerde ontwikkeling relevant. Wanneer grasland verdwijnt en daarvoor in de plaats bouwland terugkomt, heeft dat gevolgen voor de omgeving van het Natura 2000-gebied. Dat is precies de ontwikkeling die de analyse zichtbaar maakt.

Conclusie

Kritiek op onderzoek is waardevol. Zij helpt om methoden te verbeteren, aannames te toetsen en conclusies scherper te formuleren. Maar kritiek verliest aan kracht wanneer zij niet is gericht op de onderzoeksvraag of de conclusies die daadwerkelijk zijn getrokken.

De analyse van Werkgroep Behoud de Peel had één duidelijke onderzoeksvraag: hoe heeft het agrarisch grondgebruik rondom de Groote Peel zich tussen 2009 en 2025 ontwikkeld? Op basis van de openbare BRP-gegevens laat de analyse zien dat het areaal grasland aanzienlijk is afgenomen, het areaal bouwland is toegenomen en dat deze ontwikkeling zich juist in de directe omgeving van de Groote Peel sterker voordoet dan in de bredere omgeving.

Transparant Deurne heeft deze ontwikkeling niet weerlegd. In plaats daarvan richt de kritiek zich grotendeels op onderzoeksvragen die buiten de reikwijdte van de analyse vallen, zoals vergelijkingen met andere regio’s, de oorzaken van de veranderingen, overgangsanalyses op perceelniveau en de exacte milieubelasting van individuele percelen. Dat zijn relevante onderwerpen voor vervolgonderzoek, maar zij maken de uitkomsten van deze analyse niet onjuist en de conclusies niet minder relevant.

Juist daarom vinden wij de opstelling van Transparant Deurne opmerkelijk. Een politieke partij die transparantie hoog in het vaandel zegt te hebben, zou het publieke debat moeten voeren op basis van een volledige en zorgvuldige weergave van de feiten. In plaats daarvan wordt de indruk gewekt dat slechts die onderdelen van het onderzoek worden uitgelicht die twijfel kunnen zaaien over de conclusies, terwijl de hoofdbevindingen van de analyse onbesproken blijven of slechts gedeeltelijk worden weergegeven.

Daardoor ontstaat bij de lezer een beeld dat de analyse van Werkgroep Behoud de Peel ondeugdelijk zou zijn, terwijl de centrale conclusie door Transparant Deurne niet wordt weerlegd. Dat draagt niet bij aan een open en transparant debat over de toekomst van de Groote Peel.

Werkgroep Behoud de Peel heeft de analysemethode, de gemaakte keuzes én de beperkingen van het onderzoek volledig openbaar gemaakt. Iedereen kan de analyse controleren, reproduceren of met dezelfde openbare gegevens andere analyses maken. Dat is wat wij onder transparantie verstaan: open zijn over de methode, de aannames én de beperkingen, zodat het debat kan worden gevoerd op basis van de feiten in plaats van op basis van een selectieve weergave daarvan.