Leg de Peel niet aan het infuus

[12-aug-2026] De huidige waterproblemen laten zien waarom de Peel niet afhankelijk moet worden van Maaswater.

Terwijl in de Peelregio de uitvoering van NOVEX De Peel van start gaat, speelt zich op veel plekken in Nederland een ontwikkeling af waar we lessen uit moeten trekken. De aanhoudende droogte en de schaarste aan zoet water veroorzaken grote problemen in de land- en tuinbouw. Bijvoorbeeld in het Westland vrezen bedrijven die sterk afhankelijk zijn van aangevoerd water forse economische schade wanneer die aanvoer onder druk komt te staan.

Volgens Werkgroep Behoud de Peel (WBdP) laat deze situatie zien hoe kwetsbaar een gebied wordt wanneer de economie afhankelijk wordt van water dat niet altijd beschikbaar is. Juist daarom moeten we voorkomen dat ook de Peel aan een dergelijk ‘infuus’ wordt gelegd.

Wateraanvoer bij Groote Peel in Meijel

Op 17 juni 2026 ondertekenden 22 overheidsorganisaties de samenwerkings-overeenkomst voor NOVEX De Peel. Het Rijk investeert 300 miljoen euro in de Peelregio om natuurherstel te versnellen, verdroging tegen te gaan en de stikstofdruk op kwetsbare Natura 2000-gebieden te verminderen. WBdP steunt deze investering van harte. De Peel heeft dringend behoefte aan herstel van haar watersysteem en aan maatregelen die de natuur herstellen en weerbaarder maken.

Binnen het Limburgse programma Meijels Agrarisch Perspectief wordt echter voorgesteld om Maaswater aan te voeren naar het gebied rondom de Groote Peel. Daarmee zou de landbouw ook tijdens droge perioden kunnen beschikken over voldoende water, zonder dat de grondwaterstand verder hoeft te worden verhoogd of er meer hoeft te worden beregend met grondwater. Juist daar ziet WBdP een groot risico. Zolang voldoende Maaswater beschikbaar is, lijkt dit een aantrekkelijke oplossing. Maar klimaatverandering zorgt ervoor dat langdurige droogte steeds vaker voorkomt en rivierafvoeren juist in die perioden lager worden. De vraag naar water neemt dan toe, terwijl het aanbod afneemt. Drinkwater, natuur, landbouw, industrie en scheepvaart doen allemaal een beroep op dezelfde beperkte hoeveelheid zoet water.

De ontwikkelingen in bijvoorbeeld het Westland laten zien dat zo’n afhankelijkheid geen theoretisch risico is. Wanneer de aanvoer van water niet meer vanzelfsprekend is, komt een heel landbouwsysteem onder druk te staan. Dat betekent niet dat de situatie in de Peel identiek zal zijn, maar zij laat wel zien hoe kwetsbaar een gebied wordt wanneer de bedrijfsvoering afhankelijk is van een externe waterbron.

Voor de Groote Peel zijn de gevolgen mogelijk nog ingrijpender

Het betreffende Meijelse landbouwgebied ligt binnen de 2 km brede hydrologische bufferzone rond de Peel. Om het hoogveen in de Peel te kunnen herstellen dient die bufferzone flink te worden vernat. Met het Meijelse plan blijft intensieve akkerbouw mogelijk op de betreffende landbouwgronden. Bij voldoende aanvoer van Maaswater blijft de waterstand in de zomer op peil en zal het dus in droge zomers natter worden dan nu. Met het plan wordt de waterstand echter lang niet ver genoeg verhoogd om de hoogveenontwikkeling in de Peel mogelijk te maken. Maar niet alleen wordt de waterstand voor de Peel met het plan niet hoog genoeg; de natuur kan er zelfs op verslechteren!

De kans is namelijk groot dat de Maaswateraanvoer zal leiden tot een verdere intensivering van de landbouw (nog meer boomteelt, intensieve groenteteelt, leliekwekerijen, graszodenbedrijven, e.d.), een tendens die de laatste jaren in toenemende mate rondom de Peel al aan de gang is.
Indien er in een periode van droogte minder, of zelfs geen Maaswater meer beschikbaar is, zal er waarschijnlijk nog meer dan nu beregend gaan worden uit grondwater, om de oogst van die genoemde intensieve teelten te kunnen redden. Dus als het ‘infuus’ wegvalt, dan kunnen de gevolgen ernstiger zijn dan nu al het geval is, doordat de wateraanvoer heeft geleid tot nog meer intensieve, veel water vragende teelten.

Gebruik van pesticiden op een aardappelperceel direct grenzend aan de Groote Peel. Uitbreiding van Maaswateraanvoer naar de Peel zal leiden tot meer intensieve teelten en zal de ontwikkeling van een natuurrijke overgangszone rond de Peel belemmeren.

Maaswater gegarandeerd?

De waterschappen houden ons bij bovenstaand betoog steeds voor dat het Maaswater altijd beschikbaar zal zijn, vanwege de zogenaamde ‘verdringingsreeks’. Dat is een Nederlandse afspraak die bepaalt wie als eerste het schaarse zoete water krijgt bij watertekort door droogte. Kwetsbare natuur staat in die reeks bovenaan als onomkeerbare schade door droogte moet worden voorkomen. Maar toen die afspraak gemaakt is, was er nog lang niet zo vaak sprake van ernstige droogte dan nu. En met de klimaatverandering zal dat alleen maar erger worden. Indien de kapitaalsintensieve land- en tuinbouw toe gaat nemen bij nog meer wateraanvoer, zullen de schadeclaims en de roep om verandering van die afspraak alleen maar toenemen. En wat als er straks gewoon geen Maaswater meer is om aan te voeren? Als de rivier te laag komt te staan, dan kan geen afspraak daar iets aan veranderen!

Nog meer wateraanvoerplannen

Rondom de Peel zijn behalve bij Meijel nog meer plannen om de landbouw van Maaswater te gaan voorzien, zoals aan de oostkant van de Mariapeel en de noord-west-kant van de Groote Peel in Noord-Brabant. Veelal wil men daarbij met subirrigatie gaan werken. Maaswater wordt in de landbouwdrainages gepompt die normaal voor de afvoer van water dienen. Uit onderzoeken is echter bekend dat die subirrigatie duur is en ook nog eens zeer veel Maaswater vergt. Het lijkt wel of de waterschappen en provincies vergeten dat we maar één Maas hebben, een Maas die het met de klimaatsverandering ook nog steeds moeilijker zal krijgen.

Een zone rond de Peel dient vernat te worden met gebiedseigen water, om de waterstand in de Peel te stabiliseren, maar ook om het overgangslandschap te ontwikkelen dat rond een hoogveen thuishoort.

Zelfs ideeën om Maaswater in de nieuwe natuur te laten!

Ten gevolgen van procedures van WBdP betreffende grondwateronttrekkingen rondom de Peel zonder natuurvergunning laten de provincies alweer een hydrologisch onderzoek doen aan het effect van die onttrekkingen: de hydrologische systeemanalyse Peelvenen (HSA). Daarbij worden ook mogelijke vernattingsmaat-regelen onderzocht op hun effectiviteit voor de Peel. Tot onze grote verbazing werd in die HSA onlangs voorgesteld om uit te rekenen wat het effect is als Maaswater wordt aangevoerd in de nieuwe natuur (nationaal natuurnetwerk) rond de Peel!

Deze nieuwe natuur bestaat uit 1400 ha aan de Peel grenzende landbouwgronden die zijn bestemd om te worden omgezet in natuur. Deels is die omzetting al gebeurd, zoals bijvoorbeeld i.h.k.v. ‘project Leegveld’, aan de westkant van de Deurnese Peel en in het ‘Mussenbaangebied’ aan de zuidwestkant van de Groote Peel.

WBdP heeft tegen dit idee van Maaswater in de nieuwe natuur nadrukkelijk geprotesteerd. De nieuwe natuur is bedoeld ter vernatting van de Peel, maar niet met gebiedsvreemd water! We hebben naar alle bij de HSA betrokken partijen als volgt gereageerd:

  • De nieuwe natuur grenst direct aan de Peel. De kans is groot dat in een droge zomer de waterstand in de Peel ondanks de diverse maatregelen lager zal komen te staan dan in de vakken met Maaswater daar omheen. Het gebiedsvreemde water zal dan de Peel in gaan doordringen. Dat zou een ramp zijn. Kalkrijk en voedselrijk Maaswater gaat absoluut niet samen met zuur Peelwater. Het veen wordt er onherstelbaar door aangetast!! Water is het ‘bloed van de Peel’, maar dan moet het wel van de goede ‘bloedgroep’ zijn.
  • Een hoogveen bestaat uit een extreem voedselarme en zure kern. De daarin aanwezige soorten zijn tegenwoordig zeldzaam, omdat er slechts heel weinig hoogveen over is. Een hoogveenkern is echter soortenarm. Maar weinig soorten kunnen het in het voedselarme, zure milieu volhouden. Rondom een natuurlijke hoogveenkern bevindt zich een brede overgangszone, een zone waarin het net ietsje minder voedselarm en zuur is dan in de kern, maar lang niet zo voedselrijk en kalkrijk dan in de landbouwgronden daar weer omheen. In zulke overgangszones bevindt zich de meeste biodiversiteit, een enorme soortenrijkdom. Tegenwoordig zijn we die soortenrijkdom voor het overgrote deel kwijtgeraakt, omdat de voedsel- en kalkrijke (en droge) landbouw i.h.a. tot tegen de Peel aanzit. De nieuwe natuur die rondom de Peel is begrensd, is niet alleen bedoeld om de waterstand in de Peel te stabiliseren, maar ook om daarin op zijn minst een klein deel van die vroegere soortenrijkdom weer terug te kunnen krijgen. De natuurdoeltypen die door de provincies zijn vastgesteld sluiten daar ook op aan. Indien in die nieuwe natuur voedsel- en kalkrijk Maaswater wordt aangevoerd, dan wordt het onmogelijk om die overgangszone terug te krijgen.
  • Behalve in de nieuwe natuur wordt op veel meer plekken wateraanvoer voorgesteld. Met de klimaatverandering is het echter niet zeker dat deze aanvoer altijd zal kunnen gebeuren. De natuur wordt aan een ‘infuus’ gelegd, terwijl de ‘stroomvoorziening’ van dat ‘infuus’ niet 100% zeker is.
Wat dient er volgens WBdP wel te gebeuren?

Volgens ons dient er ingezet te worden op vernatting zonder Maaswateraanvoer, maar door regenwater vast te houden in het gebied. Dus niet al het water in de natte perioden van het jaar direct afvoeren, maar vasthouden voor de drogere maanden van het jaar. Rondom de Peel dient een brede zone te komen met extra nieuwe natuur, en/of met een zeer natte natuurinclusieve en extensieve vorm van landbouw. Uitgangspunt in deze zone is ’teelt volgt peil’ en niet ‘peil volgt teelt’. Dit alles dient te leiden tot meer biodiversiteit, niet alleen in, maar ook rondom de Peel. De investering van de 300 miljoen euro uit NOVEX biedt daarvoor een goede kans. Laten we die benutten om een landschap te creëren dat op eigen kracht kan functioneren, in plaats van een systeem dat afhankelijk blijft van water van elders.

Leg de Peel niet aan het ‘infuus’!